Dit interdisciplinair langetermijnonderzoeksproject, gezamenlijk ontwikkeld door het M HKA en de KU Leuven, richt zich op een specifiek maar complex werk: één met veel facetten, dat variabel geïnstalleerd kan worden, onvoltooid is, en een open einde heeft: Ship of Fools / The Dockers’ Museum (2010-2013) van de kunstenaar en theoreticus Allan Sekula (1951-2013). Het project, gevoed door het onderzoek van de teamleden, blijft evolueren via onderzoeksresultaten die opeenvolgend getoond worden, onder meer op dit digitaal platform.

TEXTS

Test
Preface to Allan Sekula: Mining Section (Bureau des Mines),
Tekst

[…] In 2007 werden de eerste gesprekken met Sekula over een mogelijke project voor Antwerpen geïnitieerd door Grant Watson, toen curator in het M HKA – tijdens een bezoek aan Kassel/Documenta 12, waar Sekula zijn Shipwreck and Workers (2005-2007) presenteerde. Het was echter pas in het najaar van 2009 dat het project vaste vorm kreeg, en wel in de aanloop naar de eerste opstelling van Ship of Fools in Antwerpen, met Watson als curator. Het feit dat M HKA deze eerste opstelling van Ship of Fools / The Dockers’ Museum verzorgde, maakte de instelling tot een voor de hand liggende partner in de verdere ontwikkeling. Gelukkig zijn het M HKA en de kunstenaar erin geslaagd elkaar te vinden in een gezamenlijke verbintenis.

Sekula begon zich sterk voor Antwerpen te interesseren, zoals hij zich interesseerde voor andere havensteden als Barcelona of Los Angeles. Hij was bezorgd over het lot van het nabijgelegen polderdorp Doel, dat vocht voor zijn overleven en tegen de havenuitbreiding,  zette zich samen met activisten in voor het redden van het modernistische gebouw én de activiteiten van het Internationaal Zeemanshuis, en was actief rond milieukwesties rond de kerncentrales langs de oevers van de Schelde. Zijn referentiekader was sociaal maar ook artistiek, aangezien hij goed op de hoogte was van de specifieke internationale relevantie van de Belgische kunstwereld. Inderdaad, waar anders zou een kunstenaar actief aanknopen bij de traditie van kunstenaarsmusea dan in het land van het 'Musée d'Art Moderne – Département des Aigles', het ultieme, door Marcel Broodthaers gecreëerde 'museum'? Sekula had al lang zitten nadenken over de mogelijkheden van het museum-format als artistiek instrument. Zijn eigen aanpak was duidelijk: het moest een radicaal anti-museum en anti-archief worden, geworteld in het begrip 'objecten van belang' (objects of interest) en gedreven door een ongelooflijke aandacht voor detail maar ook door een holistische visie – een waarin de figuur van de dokwerker een centrale positie inneemt als schakel tussen land en zee, maar ook als tussenpersoon tussen mijnwerkers en zeelui en allerlei andere soorten arbeiders, toen en nu, hier en daar. Beide referentieniveaus – het museum als duurzame dienstverlener voor het artistiek project van Ship of Fools en urgente reflecties rond een anti-museum en een anti-archief – ontmoetten elkaar in de gedeelde ambitie van Sekula als kunstenaar en M HKA als instelling, en als zodanig werd The Dockers’ Museum Sekula's belangrijkste artistieke focus  tijdens de laatste jaren van zijn leven. De dialoog leidde tot een akkoord dat degelijk was maar onmogelijk vertaalbaar in een coherent wettelijk contract. Sekula en M HKA kozen voor een onoplosbaar mede-eigenaarschap dat een alternatieve mogelijkheid van openbaarheid leek te bieden, mooi buiten het warensysteem.

De instelling zou de objecten bezitten, de kunstenaar het museum. De kunstenaar zou met andere woorden beslissen over de inhoud van het werk en de zaken die er deel van zouden uitmaken en de instelling zou alleen maar dienen als thuisbasis voor de objecten van het werk. Het documentatiecentrum zou elke nieuwe stap in de ontplooiing van het project vastleggen en vervolgens tonen. De verschillende secties, tentoonstellingsvormen en uitdagingen van The Dockers’ Museum moesten in de loop der jaren ontwikkeld worden, en steeds gebaseerd zijn op objecten die de instelling had gekocht namens de kunstenaar of die de kunstenaar had gekocht namens de instelling. Dit proces vroeg om een constante interactie tussen kunstenaar en museum, waarbij dat laatste dienstdeed als een soort logistiek centrum (dat objecten heen en weer verscheepte), als documentatiecentrum, en als archief. Te zijner tijd verbreedde de onafgebroken dialoog, die er aanvankelijk één was tussen Sekula en M HKA-directeur Bart De Baere: de hele instelling werd betrokken bij dit onwaarschijnlijke project van een museum dat voorwerpen bezat van een museum dat eigendom was van een kunstenaar.

Dankzij die dynamiek kon Sekula zich concentreren op het potentieel van het project, zoals hij het al zo lang voor ogen had. Dat deed hij ook, obsessief, in de jaren die volgden, terwijl  zijn gezondheidstoestand tegelijkertijd, helaas, bleef verslechteren. Op het moment van zijn vroegtijdige dood liet hij een groots maar onvoltooid project na, en er leek een reëel risico te bestaan dat de talloze bouwstenen ervan zouden eindigen in de opslagplaats van het museum, als onoplosbare rommel, en al snel compleet vergeten zou zijn. Maar Sally Stein, gerustgesteld door een stevig kader dat net in de maak was – de samenwerking tussen de KU Leuven en het M HKA – werkte genereus aan het creëren van omstandigheden die het huidige onderzoeksproject mogelijk maken. Ze kreeg daarbij de hulp van Christopher Grimes Gallery in Santa Monica en Michel Rein in Brussel en Parijs. 

Eerst werd de gehele set van Ship of Fools die in het M HKA onderdak vond, verworven via een speciaal fonds voor sleutelwerken van de Vlaamse overheid ['regeling-Sleutelwerken'], wat een goede vertrekbasis bood. Vervolgens verwierf M HKA The Dockers’ Museum als  kunstwerk, wat in strijd was met de aanvankelijke intentie maar – onder de gegeven omstandigheden – het beste wat men kon doen. Deze interventies, hoe belangrijk ook, waren slechts de condities, niet de oplossing, van de echte uitdaging die zich stelde : hoe deze onaffe onderneming omzetten in een blijvend, tastbaar, publiekelijk ingebed werk? Hoe Fools Ship of Fools / The Dockers’ Museum – dat ontstond als een ervaring – vertalen in een toekomstig project, trouw aan het ethos van Allan Sekula als kunstenaar, en dus 'opengezet' in plaats van voor eeuwig 'vast' of 'geconsolideerd'? De huidige presentatie van objecten is bedoeld als een eerste stap in dit proces.


Uittreksel uit Bart De Baere, Mieke Bleyen, Edwin Carels, en Hilde Van Gelder, “Preface,” in Nicola Setari en Hilde Van Gelder (eds), Allan Sekula Mining Section (Bureau des Mines). Collaborative Notes (Ghent: AraMER, 2016): pp. 8-11. Vertaling door Steven Tallon.